Minimum spraak-taalnormen

Bron : S.M. Goorhuis-Brouwer

Het taalverwervingsproces verloopt niet bij alle kinderen op dezelfde wijze. Er zijn verschillen in tempo en manier van ontwikkeling.
Prof. Goorhuis-Brouwer, verbonden aan de Universiteit van Groningen hanteert minimum normen voor elke leeftijd, d.w.z. : 90% van de kinderen doet het BETER.
Als een kind niet voldoet aan deze normen, dan is het belangrijk dat het goed onderzocht wordt.

- 2 – woordzinnen
- woordopbouw nog onvolledig
- begrijpt éénledige opdrachten


3 – 3.06 jaar :
- 3 à 5 wordzinnen.
- explosieve woordenschat.
- Weinig zinsopbouw.
- 75% verstaanbaar.


4 – 4.06 jaar :
- eenvoudige, enkelvoudige zinnen
- problemen met meervoudsvormen en vervoegingen van werkwoorden.
- Alle klanken en medeklinkerverbindingen zijn juist ( behalve: r/s)
- Begrijpt tweeledige opdracht- Kan verhaal / gebeurtenis begrijpelijk overbrengen

5.06 – 6.00 jaar :
-juiste enkelvoudige en samengestelde zinnen.
-begrijpt twee- en meerledige opdrachten en voert ze correct uit.
- 100% verstaanbaar .